Digitale infrastructuur vormt een randvoorwaarde voor de uitvoering van publieke taken.
Binnen de rijksdienst wordt hier vaktechnisch substantieel aan bijgedragen. Tegelijkertijd blijft de doorwerking in de praktijk beperkt. Dat hangt samen met de wijze waarop verantwoordelijkheden zijn ingericht. Normstelling, coördinatie en uitvoering lopen in de praktijk in elkaar over.
Bij departementsoverstijgende vraagstukken ontstaat daarmee geen vanzelfsprekende samenhang.
Die samenhang wordt verder bemoeilijkt wanneer budgetten versnipperd zijn ingericht.
Digitale infrastructuur vraagt om continuïteit, systematische analyse en een heldere toedeling van verantwoordelijkheden.
Dat begint bij kaderstelling. Kaders geven richting; uitvoering blijft bij de verantwoordelijke minister.
Zonder die ordening blijft samenhang afhankelijk van tijdelijke inzet.
Met een nationale lijn zijn keuzes in het belang van Nederland te staven.
Digitale infrastructuur raakt direct aan partijen die op lange termijn investeren en opereren, en aan de juridische beoordeling van besluiten.
Voor hen zijn richting, voorspelbaarheid en aanspreekbaarheid essentieel.
Een nationale lijn maakt het mogelijk om keuzes niet alleen te formuleren, maar ook te hanteren in langetermijnoriëntatie, investeringsbeslissingen en juridische toetsing.
Motie: Nationale digitale kaders
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat digitale infrastructuur een structurele randvoorwaarde vormt voor de uitvoering van publieke taken;
verzoekt het kabinet om te voorzien in rijksbrede digitale kaders die samenhang ondersteunen, met inzicht in de inzet van middelen, passend bij goed koopmanschap, met behoud van de bestaande ministeriële verantwoordelijkheden;
en gaat over tot de orde van de dag.
Laatst gewijzigd op 11 april 2026.
