NL: Tweede Kamer en AO Digitale Infrastructuur

Digitale infrastructuur vormt een randvoorwaarde voor de uitvoering van publieke taken.

Binnen de rijksdienst wordt hier vaktechnisch substantieel aan bijgedragen. Tegelijkertijd blijft de doorwerking in de praktijk beperkt. Dit hangt samen met de wijze waarop verantwoordelijkheden zijn ingericht: normstelling, coördinatie en uitvoering lopen in de praktijk in elkaar over.

Bij departementsoverstijgende vraagstukken ontstaat daardoor geen vanzelfsprekende samenhang. Deze samenhang wordt verder bemoeilijkt wanneer budgetten versnipperd zijn ingericht. Digitale infrastructuur vraagt om continuïteit, systematische analyse en een heldere toedeling van verantwoordelijkheden.

Dit begint bij kaderstelling. Kaders geven richting; de uitvoering blijft bij de verantwoordelijke minister. Zonder deze ordening blijft samenhang afhankelijk van tijdelijke inzet. Met een nationale lijn kunnen keuzes in het belang van Nederland consistent worden gemotiveerd, onderbouwd en juridisch worden getoetst.

Digitale infrastructuur raakt direct aan partijen die op lange termijn investeren en opereren, evenals aan de juridische beoordeling van besluiten. Voor deze partijen zijn richting, voorspelbaarheid en aanspreekbaarheid essentieel.

Een nationale lijn maakt het mogelijk om keuzes niet alleen te formuleren, maar ook te hanteren bij langetermijnoriëntatie, investeringsbeslissingen en juridische toetsing.

Voor .gov.nl ligt het voor de hand de technische realisatie eerst, in samenwerking met SIDN, uit te werken en te toetsen alvorens definitieve keuzes te maken.

Op vergelijkbare wijze vereist het beleidsvoornemen om een systeem voor melding en opvolging voor webhosting bij het Nationaal Cyber Security Centrum onder te brengen, eerst een zorgvuldige technische en bestuurlijke uitwerking.

In dat kader ligt het in de rede om, samen met SIDN, eerst een gedeelde applicatievoorziening uit te werken die communicatie tussen entiteiten ondersteunt, applicatiesoftware als dienst beschikbaar stelt en het databezit per entiteit onder verantwoordelijkheid van de betreffende entiteit houdt en technisch afschermt;

Motie: Naar nationale digitale kaders

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,

overwegende dat digitale infrastructuur een structurele randvoorwaarde vormt voor de uitvoering van publieke taken en voor economisch en maatschappelijk functioneren;

overwegende dat besluitvorming in een kleine, werkbare kring waarin inhoudelijke kwaliteit en het noodzakelijke tempo samengaan, leidt tot een zorgvuldige en uitvoerbare uitwerking op tactisch en operationeel niveau;

overwegende dat een goed functionerend systeem voor melding en opvolging de voortgang inzichtelijk maakt, zo nodig escaleert en de verantwoordelijke in staat stelt te sturen en vragen te stellen;

overwegende dat de effectiviteit van digitale voorzieningen niet uitsluitend wordt bepaald door beschikbare capaciteit, maar in het bijzonder door specialistische technische expertise;

overwegende dat de ontwikkeling, het beheer en de ondersteuning van digitale infrastructuur, zowel binnen de rijksoverheid als bij gespecialiseerde leveranciers van digitale voorzieningen, afhankelijk zijn van een doelmatige organisatie en afstemming van specialistische technische expertise om stagnatie en onnodige escalatie tijdig te onderkennen en aan te pakken;

overwegende dat de financiële en organisatorische expertise van de Algemene Rekenkamer tevens kan bijdragen aan de ontwikkeling van rijksbrede digitale kaders door financiële informatie te benutten als bestuurlijke sturingsinformatie;

verzoekt de regering te voorzien in rijksbrede digitale kaders die samenhang ondersteunen en inzicht bieden in de inzet van publieke middelen, zodat overeenkomstig goed koopmanschap tijdig kan worden bijgestuurd op de strategische ontwikkeling van de digitale infrastructuur;

verzoekt de regering de ontwikkeling en beschikbaarheid van digitale voorzieningen voor inzicht, sturing en opvolging te versnellen, zodanig dat rijksbrede en publieke initiatieven elkaar versterken;

en gaat over tot de orde van de dag.

Laatst gewijzigd op 6 juli 2026.