Kernvraag: Welke afdeling maakt een onderwerp besluitrijp?
Deelt u dit inzicht? Tijd voor bestuurlijke inrichting… In de praktijk vervullen organisaties als SIDN en ECP,
ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, een brede maatschappelijke rol.
Goed voorbereid bestuurlijk beraad vergt een uitgewerkte inbreng van elk betrokken ministerie.
Discussie vraagt om gedeelde, eigentijdse kennis; juist bij hoogopgeleiden moet dat haalbaar zijn.
Informatie uit wetenschap, samenleving, uitvoering en internationale ontwikkelingen vormt nog geen strategie.
Interdepartementale afstemming vraagt om een expliciete organisatorische inbedding.
Tussen ministeries en kabinet is een bestuurlijke schakel voor nationale afweging nodig.
Daarnaast kan departementsoverstijgende budgettering bijdragen aan een doelmatige inzet van publieke middelen.
Een nationale lijn maakt het nationaal belang zichtbaar; een expliciet afwegingskader versterkt de besluitvorming.
Op alle niveaus vraagt verantwoordelijkheid om instrumenten voor bijsturing en doelmatige escalatie.
Een bewindspersoon alleen kan de continuïteit van het dagelijkse werk binnen een ministeriële organisatie niet waarborgen.
Een duidelijk belegde ministeriële afdeling zorgt voor de samenhang tussen strategie, uitvoering en toezicht.
Een expliciete verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden maakt tijdige escalatie mogelijk.
Onafhankelijke toetsing houdt rekening met de mogelijkheid dat onjuiste aannames standhouden.
Een politiek boegbeeld is geen vervanging voor een organisatorische basis.
Doorzettingsmacht is geen vervanging voor een duidelijk belegde organisatorische laag.
Persoonlijke deskundigheid is geen vervanging voor een duurzame organisatorische inrichting.
Media-aandacht is geen vervanging voor een structurele inhoudelijke overleg- en escalatielijn.
Een kabinetsformatie biedt richting voor beleid, maar is niet het moment waarop complexe digitale infrastructuur en de bijbehorende governance volledig kunnen worden uitgewerkt. Dat vraagt om ervaren professionals die de inhoudelijke uitwerking organiseren en specialistische expertise met de juiste verantwoordelijkheden verbinden.
Nationale Digitale Kaders – structuur voor de governance van digitale infrastructuur
(Resultaat van voortschrijdend inzicht)
De inrichting van de digitale functie binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt gekenmerkt door een combinatie van coördinatie, tijdelijke structuren en een verwevenheid van normstelling, expertise en uitvoering. Digitale infrastructuur is een randvoorwaarde voor de uitvoering van overheidstaken en vraagt om duurzame kennisborging, heldere normatieve kaders, inhoudelijk eigenaarschap en transparante risico-escalatie binnen de ministeriële verantwoordelijkheid. Tijdelijke taskforces en programmatische expertisecentra kunnen hieraan bijdragen, maar bieden niet vanzelfsprekend continuïteit of structurele analyse op systeemniveau.
Een zorgvuldige inrichting van rijksbrede digitale governance vraagt om onderscheid tussen inhoudelijke voorbereiding, normstelling, uitvoering, toezicht en rijksbrede bestuurlijke afweging. De naamgeving en positionering van organisatieonderdelen dienen aan te sluiten bij hun feitelijke rol. Wanneer beleidsfuncties als expertisecentra worden aangeduid, vervaagt het onderscheid tussen kaderstelling, coördinatie en uitvoering. Juist op het terrein van cloud-, data- en digitale infrastructuur, waar specialistisch vakmanschap centraal staat, is bestuurlijke precisie van belang.
Digitale kaders kunnen het bestuurlijke ontwerp vormen voor consistente besluitvorming en een heldere verdeling van verantwoordelijkheden, met behoud van ruimte voor professioneel handelen. Met een kleine laag van sterke inhoudelijke product owners kan de overheid het inhoudelijk eigenaarschap borgen, ook waar specialistische ontwikkeling en uitvoering elders plaatsvinden.
Forum Standaardisatie richt zich primair op open standaarden. Een bredere digitale governance vraagt daarnaast om structurele aandacht voor gegevensmodellen, architectuur, bestuurlijke verantwoordelijkheden en inhoudelijke toetsing. Rijksbrede afstemming kan specialistische expertise binnen de betrokken ministeries verbinden, maar behoort deze niet te overrulen; inhoudelijke verantwoordelijkheid en besluitvoorbereiding blijven daar herkenbaar belegd.
Voor de Nationale Digitale Kaders wordt uitgegaan van U.S. English (en_US) als normatieve brontaal, om aansluiting op internationale standaarden, softwareontwikkeling en technische documentatie te waarborgen. Nederlandstalige en andere taalversies dienen als vertaling van deze brontekst. Bij interpretatieverschillen is de U.S. English-versie leidend.
Gezamenlijke normstelling voorkomt dat fundamentele technische keuzes, zoals programmeertaalconventies, datastructuren en terminologie, tussen organisaties en leveranciers uiteen gaan lopen. Ook voor leverancierscontrole, waaronder in het kader van NIS2, moet de verantwoordelijke juridische entiteit eenduidig herkenbaar zijn.
De feedbackcyclus van SIDN verloopt hoofdzakelijk via registrars, waardoor functionele en technische signalen uit andere bronnen de juiste escalatiekanalen niet vanzelf bereiken. Een effectief governanceproces vraagt om een expliciet escalatiemechanisme dat dergelijke signalen systematisch koppelt aan inhoudelijke verantwoordelijkheid, beoordeling en opvolging.
Vanuit het perspectief van AI en geautomatiseerd relatiebeheer betekent een terugkeer naar losse webformulieren een stap terug ten opzichte van een gestandaardiseerd protocol als RDAP.
Voor Hello Registry ligt een uitgewerkt gegevensmodel gereed dat instelbare zichtbaarheid van veldwaarden op domeinniveau ondersteunt. Daarmee bestaat in Nederland een inhoudelijke basis om toekomstige registryfunctionaliteit mede vorm te geven en niet uitsluitend internationale ontwikkelingen te volgen.
Het .gov.nl-domein biedt een passende gelegenheid om Hello Registry verder te ontwikkelen tot internationaal herbruikbare registryfunctionaliteit. De technische ontwikkeling kan daarbij verantwoord worden voorbereid en implementatiegereed worden gemaakt voordat vervolgbesluiten over invoering en opschaling worden genomen. Voor de brede Nederlandse toepassing van .gov.nl zijn echter geen verantwoordelijke zakelijke partijen herkenbaar.
Is Hello Registry primair een commercieel RSP-product van SIDN Business B.V. en CIRA, of wordt het tevens gepositioneerd als bouwsteen voor Nederlandse publieke digitale infrastructuur?
Die positionering is mede relevant voor de eisen die aan transparantie, aanspreekbaarheid en gegevenskwaliteit mogen worden gesteld. Zo ontbreekt bij helloregistry.com momenteel de houdernaam in de registrar-RDAP-weergave en is op de website niet duidelijk aangegeven onder welke Nederlandse rechtspersoon en welk KVK-nummer de dienstverlening plaatsvindt.
Bij een publieke infrastructuurfunctie vragen continuïteit, aanspreekbaarheid, overdraagbaarheid en onafhankelijkheid van individuele leveranciers om expliciete borging. Een nadruk op RESTful interfaces stimuleert de implementatie, maar vervangt geen functionele evaluatie en acceptatie van gegevensstructuren, relaties, historie en governance.
Binnen de software-industrie wordt vaak benadrukt dat ervaren praktijkgebruikers en systeemontwerpers ontwikkeling kunnen versnellen door producten voortdurend uit te dagen op eenvoud, samenhang en uitvoerbaarheid. Steve Jobs wees eveneens op de waarde van intensieve gebruikers voor inhoudelijke productverbetering. Vanuit dezelfde gedachte kan een Nationaal Digitaal Expert Forum bijdragen aan een verantwoord ontwikkelingstempo door inhoudelijke evaluatie, interorganisationele afstemming en tijdige inzet van specialistische expertise.
Een praktisch voorbeeld van het belang van inhoudelijke toetsing vormt het Handelsregister. In publieke discussies en documentatie ligt de nadruk vaak op authenticatie, processen en interfaces, terwijl de onderliggende gegevensstructuur minder expliciet naar voren komt. Voor het Handelsregister ligt inmiddels een uitgewerkt ontwerp gereed voor een eenvoudige en consistente gegevensstructuur als basis voor herbruikbare software, interoperabiliteit en toekomstige uitbreidingen.
De ontwikkeling van digitale kaders vraagt tijd. De meeste inspanning zit niet in de implementatie, maar in het zorgvuldig uitwerken van gegevensstructuren, terminologie, verantwoordelijkheden en acceptatiecriteria. Juist deze uitwerking bepaalt of digitale infrastructuur op lange termijn consistent kan worden toegepast, getoetst en verder ontwikkeld.
Van mechanisering via instrumentalisering naar orkestrering
Dijksterhuis beschreef hoe het mechanische wereldbeeld de wetenschap eeuwenlang heeft gevormd. In de moderne organisatie is dit denken verschoven naar instrumentalisering: processen, technologie en mensen worden vooral beoordeeld op hun bijdrage aan efficiëntie, beheersing en voorspelbaarheid.
De digitale samenleving vraagt echter om een volgende stap. Digitale vraagstukken zijn te complex om uitsluitend vanuit beheersing te benaderen. Zij vragen om orkestrering: het afstemmen van bestuur, specialistische kennis en uitvoering, zodat ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid kan bijdragen aan een samenhangend geheel.
Digitale kaders zijn daarom geen instrumenten voor centrale sturing, maar afspraken die samenwerking en besluitvorming mogelijk maken. Zij verbinden bestuurlijke verantwoordelijkheid met professioneel vakmanschap en helpen signalen, probleemstelling, voortgang, duiding en dragende afweging ordelijk samen te brengen. Zo kan specialistische expertise bijdragen aan het besluitrijp maken van complexe maatschappelijke en digitale vraagstukken.
Basis voor kwartaalrapportage:
signaal → probleemstelling → ordelijke voortgang → leesbare duiding → dragende afweging → besluitrijpheid
Inhoudelijk management
Management omvat meer dan het organiseren van mensen, middelen, processen en resultaten. Bij complexe digitale vraagstukken draagt een manager ook inhoudelijke verantwoordelijkheid. Dat betekent niet dat de manager de rol van specialist overneemt. De manager bewaakt daarbij de ruimte waarin medewerkers hun eigen vakmanschap en professionele verantwoordelijkheid kunnen behouden en ontwikkelen. Wel verdiept de manager zich waar nodig voldoende in de inhoud om probleemstellingen te doorgronden, verschillende deskundigheden met elkaar te verbinden en te beoordelen wanneer bijsturing of escalatie noodzakelijk is.
Goed midden- en hoger kader vormt daarmee een inhoudelijk aanspreekbare schakel tussen strategie, specialistische expertise en uitvoering. Juist deze combinatie van organisatorisch overzicht, ruimte voor vakmanschap en periodieke inhoudelijke betrokkenheid voorkomt dat management beperkt blijft tot processturing of het doorgeven van informatie.
Institutionele ordening
Kaderstelling binnen de uitvoerende macht
De inrichting van de rijksdienst kent een duidelijke toedeling van verantwoordelijkheden aan individuele ministers. Voor departementsoverstijgende vraagstukken is onderlinge afstemming noodzakelijk, die in de praktijk veelal een coördinerend karakter heeft.
Het is daarom aangewezen dat binnen de uitvoerende macht, waar nodig, wordt voorzien in expliciete kaderstelling tussen ministers en in een vorm van centrale samenhang ten aanzien van departementsoverstijgende vraagstukken.
Dit laat de bestaande verantwoordelijkheidsverdeling onverlet en draagt bij aan samenhang en consistentie in beleid en uitvoering.
Nationale Raad voor Digitale Kaders
(strategisch – Ministerie van Algemene Zaken)
De Nationale Raad voor Digitale Kaders bereidt rijksbreed normatieve kaders voor digitale infrastructuur voor en agendeert structurele systeemvraagstukken voor bestuurlijke afweging.
De Raad verricht geen uitvoering of toezicht, maar waarborgt de samenhang tussen digitale randvoorwaarden en ministeriële verantwoordelijkheid. Structurele digitale knelpunten vormen een vast agendapunt en worden, waar strategische keuzes noodzakelijk zijn, voorbereid voor besluitvorming op kabinetsniveau.
Nationale Digitale Kaders
(normatief – Ministerie van Algemene Zaken)
Nationale Digitale Kaders vormen de normatieve ondergrond van de digitale infrastructuur binnen het nationale stelsel. Zij definiëren de randvoorwaarden waaronder digitale systemen, registers en ketens functioneren binnen overheid, bedrijfsleven en samenleving.
Doel is het duurzaam borgen van rechtszekerheid, continuïteit, controleerbaarheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Een klein organisatieonderdeel binnen het Ministerie van Algemene Zaken beheert de doorontwikkeling van de Nationale Digitale Kaders aan de hand van bevindingen uit parlementaire enquêtes, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, inspecties, evaluaties en de uitvoeringspraktijk.
Het organisatieonderdeel signaleert, beoordeelt en agendeert kansen op het gebied van digitale basisvoorzieningen, open technische standaarden en duurzaam Nederlands beheer.
Orgaan Digitale Expertise
(tactisch – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Zelfstandig werkende ZBO’s, zoals het Kadaster, tonen de waarde van duurzame expertise en professionele autonomie. Het Orgaan Digitale Expertise bundelt specialistische digitale kennis ten behoeve van de rijksbrede samenhang en continuïteit.
Het Orgaan Digitale Expertise functioneert als tactisch voorbereidend orgaan ter ondersteuning van het rijksbrede management van digitale randvoorwaarden.
Het verricht systeemanalyses, ontwikkelt normatieve duiding en ondersteunt de ontwikkeling en toepassing van digitale kaders binnen departementale en uitvoeringsorganisaties, zonder beschikkende of toezichthoudende bevoegdheden.
Departementen en uitvoeringsorganisaties bespreken stelselwijzigingen, architectuurkeuzes en normatieve vraagstukken proportioneel naar aard, omvang en impact met het Orgaan Digitale Expertise.
Door monitoring juridisch en beleidsmatig te beleggen en specialistische kennis structureel te organiseren, wordt de continuïteit binnen de Rijksoverheid versterkt, zonder afhankelijk te zijn van individuele topfunctionarissen.
Met een kleine laag van sterke inhoudelijke product owners borgt de overheid het inhoudelijk eigenaarschap, ook waar specialistische ontwikkeling en uitvoering elders plaatsvinden.
Digitale Kenniswisseling
(operationeel verbindend – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Digitale Kenniswisseling faciliteert structurele uitwisseling tussen overheid en marktpartijen en vertaalt praktijkervaring naar toepasbare inzichten voor beleid en uitvoering, met behoud van de rijksbreed vastgestelde normatieve kaders.
Hiermee ontstaat een terugkoppelingsmechanisme tussen uitvoering, marktpraktijk en beleidsontwikkeling.
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
(toezicht – Ministerie van Economische Zaken en Klimaat)
De normopbouw binnen nationale digitale kaders geschiedt in een gelaagd proces van analyse, normatieve duiding en bestuurlijke vaststelling. Daarbij worden inzichten uit toezicht, uitvoering en praktijk systematisch betrokken, zonder dat toezicht en kaderstelling institutioneel vermengen.
Toezicht en handhaving leveren feitelijke bevindingen, risico-indicatoren en uitvoeringssignalen ter onderbouwing van aanscherping, verduidelijking of herijking van bestaande kaders. De scheiding tussen normstelling en toezicht blijft daarbij gewaarborgd, met inhoudelijke terugkoppeling als structureel onderdeel van het stelsel.
Nationaal Cyber Security Centrum
(weerbaarheid – Ministerie van Justitie en Veiligheid)
Binnen trajecten waarin nationale weerbaarheid en vertrouwelijke informatie een rol spelen, gelden beveiligings- en screeningprocedures (zoals security clearances).
Deze procedures zijn gericht op de borging van nationale veiligheid en vertrouwelijkheid. In de praktijk kunnen zij echter leiden tot langere communicatielijnen of aanvullende administratieve vereisten bij samenwerking met externe partijen.
Webdomeindienst (functionele opzet)
Onder een webdomein wordt verstaan: een domeinnaam en de daarbij behorende technische configuraties die de toegankelijkheid, authenticiteit en bereikbaarheid van digitale diensten via het internet mogelijk maken.
De webdomeindienst heeft tot doel de betrouwbaarheid, continuïteit en controleerbaarheid van webdomeinen te bevorderen die worden gebruikt voor digitale dienstverlening.
De webdomeindienst vormt een zelfstandige technische uitvoeringsvoorziening voor webdomeinen. De voorzieningen zijn in beginsel nationaal toepasbaar en toegankelijk voor overheden, organisaties en natuurlijke personen. Deze worden zodanig ingericht dat zij taalonafhankelijk, meertalig en in overeenstemming met de internationale architectuur van het internet kunnen worden toegepast.
De webdomeindienst ondersteunt de digitale infrastructuur door:
a. technische voorzieningen voor domeinnaamconfiguraties beschikbaar te stellen en te beheren;
b. verificatie van beheer-, registratie- en contactgegevens van webdomeinen te faciliteren;
c. inzicht te bieden in de configuratie, bereikbaarheid, betrouwbaarheid en technische kwaliteit van webdomeinen;
d. technische innovatie en herbruikbare gegevensmodellen voor webdomeindiensten te ondersteunen;
e. publiek toegankelijke technische voorzieningen voor de validatie, analyse en monitoring van internetstandaarden en webdomeinen te ontwikkelen, beheren en beschikbaar te stellen.
De webdomeindienst verricht geen beleidsvaststelling, normstelling of toezicht. De ministeriële verantwoordelijkheid voor beleid en normstelling blijft berusten bij de betrokken ministers. De webdomeindienst verzorgt de technische uitvoering en ontwikkeling binnen deze kaders.
Kennisontwikkeling, beleidsduiding en rijksbrede kennisuitwisseling over digitale infrastructuur worden binnen de rijksoverheid organisatorisch belegd in het kader van de Nationale Digitale Kaders.
Publieke digitale infrastructuur vraagt om een duurzame inrichting van zowel governance als financiering. Wanneer digitale voorzieningen een algemeen maatschappelijk belang dienen, verschuift de financieringsvraag van individuele gebruikers naar de publieke taak. Een zorgvuldige scheiding tussen beleid, uitvoering en financiering draagt bij aan continuïteit, transparantie en verantwoord beheer.
Ook voor Internet.nl voorkomt duidelijk belegde besluitvoorbereiding dat voortgang afhankelijk wordt van persoonlijke netwerken en individueel initiatief.
EU Business Wallet m.b.v. qERDS (Qualified Electronic Registered Delivery Service)
Europese handelsregisters en business wallets vereisen een gemeenschappelijk subjectmodel voor juridische status, handelsnamen en vestigingslocaties, inclusief hun historische geldigheid en onderlinge samenhang. Digitale identificatiemiddelen zijn slechts zo betrouwbaar als de authentieke gegevens en relaties waarop zij zijn gebaseerd.
Strategische context
Internationale positionering van digitale infrastructuur — onder meer binnen het domeinnaamecosysteem rond ICANN — vraagt om een duidelijke nationale kaderstelling. Tegelijk versterken Europese ontwikkelingen, waaronder de verificatieverplichtingen uit NIS2, het belang van controleerbare en consistent toegepaste digitale randvoorwaarden.
De inzet van hyperscale cloudinfrastructuur bij organisaties met een wettelijke registertaak, waaronder diensten van marktpartijen zoals Microsoft (Azure), dient daarom te worden beoordeeld binnen rijksbrede digitale kaders die continuïteit, controleerbaarheid, afhankelijkheidsbeheer en uitvoerbare exit-strategieën expliciet waarborgen.
Tekst – formulering voor experts
In contact met de Rijksoverheid is textforexperts.hostingtool.org voorgesteld als alternatief voor losse mediaoptredens van individuele deskundigen. Het uitgangspunt daarbij is dat complexe digitale infrastructuurvraagstukken — met name op het snijvlak van hosting, DNS en governance — beter geborgd zijn in een gestructureerde kennisomgeving dan in incidentele publieke interventies.
Ervaringen uit recente crisisperioden hebben laten zien dat inhoudelijke deskundigheid gebaat is bij ingebouwde tegenspraak, expliciete normatieve kaders en transparante documentatie. Een thematisch gestructureerd expertplatform kan bijdragen aan consistente kennisdeling en onderlinge toetsing.
Voor Nederlandse datacentra ontbreekt het primair niet aan inhoudelijke expertise, maar aan schaalgrootte en bundeling om deze kennis integraal te overzien en strategisch inzetbaar te maken.
Technische concretisering: RDAP en verificatie
Binnen het domeinnaamecosysteem vormt RDAP (Registration Data Access Protocol) het internationale technische mechanisme voor toegang tot registratiegegevens van domeinnamen. RDAP levert primair broninformatie zoals gepubliceerd door registries en registrars binnen het ICANN-stelsel.
De praktische toepassing van RDAP kent echter variatie in zichtbaarheid en verificatie van gegevens, mede afhankelijk van autorisatiecontext, rolverdeling en nationale implementaties van regelgeving zoals de NIS2-richtlijn. Hierdoor ontstaat behoefte aan aanvullende modellering die brongegevens, verificatiecontext en historische observaties systematisch kan verbinden.
In dat kader is een technische modellering ontwikkeld waarin RDAP-brondata wordt gecombineerd met verificatie- en contextinformatie, zodat contact- en verificatiegegevens rond domeinregistraties controleerbaar, reproduceerbaar en historisch herleidbaar blijven. Deze aanpak maakt het mogelijk om verschillen tussen publieke en geautoriseerde registratiesystemen transparant te documenteren zonder de bronautoriteit van registries of registrars te wijzigen.
Door RDAP-observaties, verificatiestatus en contextinformatie gestructureerd vast te leggen ontstaat een controleerbare informatiebasis die aansluit bij nationale digitale kaders voor betrouwbaarheid, traceerbaarheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid van digitale infrastructuur.
Het werk van cloudoperators
Het werk van cloudoperators bevindt zich op een niveau dat het initiële opleidingsprofiel van veel IT-opleidingen overstijgt en vereist voortdurende praktijkervaring in grootschalige omgevingen. In complexe cloudplatforms zoals Amazon Web Services is zelfstandige nascholing voor developers en cloudoperators vaak onvoldoende om de benodigde diepgang en continuïteit te waarborgen.
Structurele borging van praktijkkennis in handboeken, standaarden en gedeelde referentiearchitecturen is daarom noodzakelijk.
Dit vraagt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat uiteenlopende expertisegebieden expliciet worden onderscheiden. Zonder duidelijke functiescheiding vervagen grenzen tussen beleidsduiding, architectuur, operatie en toezicht, wat effectieve samenwerking en wederzijds professioneel respect belemmert. Het herkennen en erkennen van specialistische deskundigheid gaat daarmee verder dan louter het beheersen van technische bediening.
Slotbeschouwing
Digitale infrastructuur vormt een structurele randvoorwaarde voor de uitvoering van wettelijke taken en publieke dienstverlening. Een duurzame inrichting van digitale governance vraagt daarom om een duidelijke scheiding tussen normstelling, expertise, kennisuitwisseling, infrastructuurvoorzieningen, toezicht en institutionele opvolging.
Een samenhangende bestuurlijke inrichting, ondersteund door kennisuitwisseling en periodieke herijking van de Nationale Digitale Kaders, maakt het mogelijk bestuurlijke verantwoordelijkheid, specialistische expertise en kennisontwikkeling duurzaam op elkaar af te stemmen. Bevindingen uit parlementaire enquêtes, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, inspecties, evaluaties en de uitvoeringspraktijk krijgen daarmee een vaste plaats in de bestuurlijke besluitvorming en doorontwikkeling.
Een dergelijke inrichting versterkt niet alleen de bestuurlijke verantwoordelijkheid, maar ook het lerend vermogen van de overheid. De Nationale Digitale Kaders worden hierdoor geen statisch beleidsdocument, maar een blijvend onderdeel van de doorontwikkeling van de digitale infrastructuur. Zij bieden het kader waarbinnen bestuur, uitvoering en specialistische expertise in samenhang kunnen functioneren, zonder hun eigen verantwoordelijkheid te verliezen.
Zo ontstaat een duurzame basis voor de verdere ontwikkeling van de digitale infrastructuur in Nederland. Niet door verdere instrumentalisering van mensen en organisaties, maar door een samenhangende bestuurlijke inrichting waarin verantwoordelijkheden, kennis en praktijk duurzaam op elkaar worden afgestemd, in samenhang met de internationale architectuur van het internet en met behoud van rechtszekerheid, continuïteit en controleerbaarheid.
Laatst gewijzigd op 14 augustus 2026.
